Opent in een nieuw tabblad

Een gevaarlijk Godsbeeld

Ken je God wel echt en helemaal?

Een gevaarlijk Godsbeeld

Ik kwam jaren geleden in De Stem (#21374, 60e jaargang – no. 8 (735), uitgave van augustus 2021) een artikel tegen dat mij heel erg aan het denken heeft gezet.

Het is een belangrijk artikel om mee te nemen in je Godsbeeld.

De hele uitgave van die maand (had artikelen genaamd: ‘Juda op het verkeerde spoor’, ‘Ommekeer onmogelijk?’ en ‘De zonde tegen de Heilige Geest’, artikelen die ik helaas niet meer heb) werd voorafgegaan door de volgende algemene inleiding:

Beste Lezer
Als christenen lezen wij graag in de Bijbel, we houden van de Bijbelse verhalen en de verzen die bij ons verbazing wekken over onze God. Verzen die ons Zijn macht, Zijn Liefde en Zijn genade onder ogen brengen. En dat is precies wat wij verwachten als wij de Bijbel lezen. Daarbij stuiten we echter ook altijd weer op passages — meestal verhalen — die ons bij het lezen snel in de war brengen, in plaats van ons geestelijk op te bouwen en sterker te maken. Dat leidt ertoe dat wij zulke passages mijden. We weten waar ze te vinden zijn en als we ze tegenkomen, slaan we ze snel over. En dat geldt niet alleen voor de gewone Bijbellezer, maar ook voor heel wat verkondigers.
Het zou echter verkeerd zijn om deze teksten helemaal te negeren. We moeten eraan denken dat niet alleen wij er verward van raken, maar dat wij ook mensen tegenkomen die het net zo vergaat en die van ons een antwoord hopen te krijgen. Want de psalmist zegt helemaal terecht: “Uw geboden zijn voor mij een rijkdom die blijft, de opperste vreugde van mijn hart. Wie U vrezen, zien mij en verblijden zich, omdat ik op Uw woord gehoopt heb. U hebt in Uw woord gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw. Wat U voorschrijft blijft heilzaam voor immer, verleen mij inzicht en ik zal leven” (Psalm 119:111, 74, 138,144).

Het hele artikel luidde:

EEN GEVAARLIJK GODSBEELD

In 2019 konden we de ongewone krantenkop lezen: ‘Bezitter gedood door eigen leeuw’ (bron: welt.de).

Het ongewone eraan was dat deze leeuw niet in Afrika leefde of in een dierentuin gehouden werd. Nee, deze leeuw leefde op de binnenplaats van een dierenliefhebber in een Tsjechisch dorpje. Deze man had het roofdier een aantal jaren eerder illegaal gekocht en hield hem in een zelfgebouwde kooi. Zijn omgang met het dier paste al helemaal niet: Hij liet de leeuw uit als een hond (wat de buren helemaal niet beviel) en knuffelde zelfs met hem, zoals op foto’s te zien is. Voor hem was de leeuw een groot knuffeldier, de droom van een kleine jongen! Op een dag vond zijn vader alleen nog de resten van de 34-jarige in de gesloten kooi. Zijn kinderdroom had hem laten vergeten met wie hij te maken had — met vreselijke consequenties.

God is een goedmoedige, menslievende Redder-God! Zo noemt Paulus Hem in Titus 3:4 — een Bijbelvers vol van hoop en troost. Maar ook al staat in Titus 3:4-7 een van de prachtigste beschrijvingen van Gods karakter en handelen, het moet ons toch bewust zijn dat deze verzen niet alles zeggen over Gods wezen. En het zou gevaarlijk zijn om ons Godsbeeld alleen te bouwen op deze ene passage.

In onze tijd heerst een gevaarlijke eenzijdigheid met betrekking tot Gods wezen. Zijn liefde wordt gewoonweg vooropgesteld en daarmee ook de verwachting dat God navenant moet handelen. ‘God houdt van jou en wil dat je gelukkig bent!’ Deze uitspraak wordt tegenwoordig zonder verdere toelichting verkondigd als christelijke boodschap. Maar of Gods liefde werkelijk vanzelfsprekend is en of het Hem er werkelijk in de eerste plaats om gaat dat wij in dit leven altijd gelukkig en gezegend zijn, moeten we ons dringend afvragen. Want als we dat deden, zouden bepaalde Christenen niet meer in hun Godsbeeld verward raken door bepaalde Bijbelpassages, Zijn woord verdraaien of God teleurgesteld de rug toekeren als hun iets ergs overkomt. Een tijdje geleden las ik de serieus bedoelde (!) uitleg over het bericht van Ananias en Saffira (Handelingen 5:1-11), waarin werd beweerd dat die twee niet stierven vanwege hun leugen, maar zich ‘dood schrokken’ toen de waarheid aan het licht kwam. Een God die mensen met de dood bestraft, zou namelijk niet overeenstemmen met de voorstelling dat de mens het centrum van Zijn aandacht en vreugde is!

We zullen echter alleen dan in de problemen komen als we op verzen stuiten als Jesaja 45:6-7: “Ik ben de HERE, en niemand anders. Ik formeer het licht en schep duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, HEERE, doe al deze dingen.” Of op berichten zoals over de zonen van Eli, waar over hen staat (1 Samuel 2:25): “Maar zij luisterden niet naar de stem van hun vader, want de HEERE wilde hen doden”, omdat ze God wel voor werkelijk hielden, maar ongevaarlijk en manipuleerbaar. Daarom zouden we dringend moeten beginnen om ons net als de Bijbelse auteurs te verbazen over Gods liefde, in plaats van deze als vanzelfsprekend te zien, en Hem de eer geven. Want feit is: “Barmhartig en genadig is de HEERE, geduldig en rijk aan goedertierenheid”, maar wel alleen voor “wie hem vrezen” (Psalm 103:8-17). God is heilig en volkomen rechtvaardig (zie Jesaja 5:16). Dat betekent echter ook dat Hij niet onberekenbaar is; in Zijn Woord zegt Hij heel duidelijk waar we met Hem aan toe zijn.

Paulus’ uitspraak in Titus is daarom zo vol van hoop omdat hij ons daarin heel drastisch laat zien hoe groot het contrast is tussen God en ons. Hij schrijft: “Want ook waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend” (Titus 3:3). Ongehoorzaam, egoïstisch, rebels en haat tegen God en mensen — erger kan het niet meer. Maar “de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker” wordt duidelijk doordat Hij uitgerekend dit soort schepselen aanneemt, ze verlost, hen vergeeft en ze vernieuwt. En wel “niet grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid … door Jezus Christus, onze Zaligmaker” (v. 4-5). En hier zien we het duidelijkst hoe serieus God onze zonden neemt: in het lijden en sterven van Jezus aan het Kruis. Hier heeft God niet Zijn grote liefde uitgegoten over Zijn Zoon, maar de volle maat van Zijn toorn en Zijn gerechtigheid.

Laat God ons, onze gemeentes, onze predikanten en ons volk dit Godsbeeld schenken van Zijn volkomen heiligheid, gerechtigheid èn barmhartigheid. Zodat mensen niet leven in de veronderstelling dat God hun persoonlijke knuffelgod zou zijn, om dan op een gegeven moment te merken dat Hij voor hen toch gevaarlijk blijkt te zijn. Want in Hosea 5:14 zegt Hij over Zichzelf:

“Ikzelf zal mij als een leeuw tegen Efraïm keren, als een leeuwenjong tegen het huis Juda. Ik verscheur ze en Ik ga weg, Ik haal ze weg en niemand ontrukt ze aan Mij.”