Ik denk dat het antwoord op de vraag ‘Hoe is onze verlossing in zijn werk gegaan?’ in de Bijbel te vinden is. Het is geen mysterie, hoewel er wel mysteries aan kleven, maar de Bijbel legt het duidelijk uit.
We moeten bij het begin beginnen. De apostel Paulus licht af en toe een tipje van de sluier op op grond de openbaring die hij van God gehad heeft. Hij doet dat o.a. in 2 Timotheüs 1:9. In de Herziene Statenvertaling staat het zo:
“Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, … .”
Als je kijkt naar de onderstreepte woorden ‘ons gegeven … in Christus Jezus’, dan vraag ik mij af hoe de Vader dat gedaan kan hebben, ik bedoel, ‘aan ons gegeven in Christus’, als wij daar toen niet al waren. Toen dat voor het eerst tot mij doordrong, kwam er zo’n blijdschap in mijn hart: een vreugde die ik niet met woorden kan beschrijven!
Het idee dat ik toen al in die Jezus was Die mij zo lief is!!!
Nu kan je je afvragen of dat als abstractie was of niet, maar jij en ik zaten in ieder geval toen al in de planning!
Het gevaar bestaat altijd dat je je voor een bepaalde visie baseert op maar één Bijbeltekst. Nooit aan te raden! Daarom citeer ik Paulus op nog twee andere plaatsen waar hij zinspeelt op dezelfde gedachte:
“… in de hoop op het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft. …” (Titus 1:2)
Nog voordat de tijd begon te lopen, had God al eeuwig leven voor ons in petto!
En verder:
“… omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.” (Efeze 1:4)
Ook het laatste citaat roept dezelfde vraag op als hierboven: ‘in Hem uitverkoren’ kon alleen als wij toen al in Hem waren. Toch?
Het is iets wat ons verstand verre te boven gaat, maar wel Bijbels! Wat een gedachte, dat God toen al aan ons dacht en met ons bezig was!
Dit als inleiding.
Het volgt uit een uitgebreide redenering dat ik stel:
- Toen Jezus op aarde wandelde waren wij, d.w.z. onze nieuwe mens, al in Hem.
- Toen Hij op aarde wandelde, doden opwekte, dove oren en blinde ogen opende, kreupelen en alle kwaal onder het volk genas, was onze nieuwe mens al in Hem.
- Toen Hij gekruisigd werd, was onze nieuwe mens al in Hem, maar onze oude mens kwam toen ook in Hem (Romeinen 6:6).
- Toen Jezus stierf, bezweek onze nieuwe mens aan de zonde van onze oude mens, die immers met Christus ééngemaakt werd.
- Toen de Vader Jezus opwekte uit de dood, wekte Hij ons samen met Hem op (Efeze 2:5-6). Dat was voor de Vader één en dezelfde handeling. Hij hoefde niet, nadat Hij dat gedaan had, te denken: ‘Och, nou heb ik toch Jan, Piet of Klaas (vul je eigen naam maar in) vergeten mee op te wekken!’ Nee, dat deed Hij vanuit Zijn almacht, die groter is dan wij ons kunnen voorstellen.
- En dezelfde tekst als Efeze 2:5-6 zegt dat wij met en in Hem in de hemelse gewesten een plaats gekregen hebben. Dat is dus onze plek, de plaats die ons uit genade geschonken is.
In mijn ogen maakt dit dat de Wet om door gerechtvaardigd te worden, afgedaan heeft.
En iedere keer als je jezelf ergens in ziet falen en je jezelf daarom afkeurt, dan hanteer je de Wet om daardoor gerechtvaardigd te worden. En dan ben je uit de genade gevallen (Galaten 5:4-5).
Dan predik je de Wet tegenover jezelf, en Wet doet zonde kennen (Romeinen 3:20). Sterker nog: als je de Wet predikt, dan versterk je de zonde, want:
“De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet.” (1 Korinthe 15:56)
Daarom is het dat de Bijbel zegt altijd op Christus te zien (Hebreeën 12:2).
Maar waar komt dat verlangen om door de Wet of door ’n wet en gehoorzaamheid daaraan gered te worden?
Zou dat kunnen zijn omdat we niet ten volle geloven of op Hem vertrouwen in wat het Woord zegt over de redding door Jezus Christus? Het Woord zegt daarover:
“Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 7:25)
Wat wil je nog meer dan ‘volkomen’?
Er wordt een verhaal verteld over een man die een kaartje koopt voor een lange treinreis. Wanneer hij aan het loket van de kaartjesverkoper komt, vertelt die hem dat hij de keuze heeft voor twee verschillende routes:
- een route die langs een ravijn loopt met een brug erin die niet helemaal betrouwbaar is en elk moment kan instorten,
- en een route die aan de andere zijde van het ravijn loopt maar met een brug die met geen dynamiet op te blazen is!
Het kaartje voor beide routes is gratis en alleen bij route 2 is een veilige aankomst gegarandeerd! Welke denk je dat de reiziger zal kiezen?
Maar als hij voor route 2 kiest, moet hij zijn gewicht wel helemaal aan de trein en het spoor toevertrouwen! Hij zal zich geheel moeten overgeven en toevertrouwen aan de trein en diens bestuurder.
Route 2 is de reis met Jezus Christus als zijn Heer en Verlosser. Overgave is onontbeerlijk, want anders stapt hij niet eens in in de trein.
Een tekst die mij ooit intens heeft aangeraakt, is Kolossenzen 1:20-23, waar staat:
“… en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn. En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u heilig en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie … .”
Wil je gaan leven onder het Nieuwe Verbond dat God ingesteld heeft, dan zal je de bovenstaande tekst goed moeten overwegen en in je opnemen. Anders blijf je proberen te leven met het Oude Verbond, waar niemand zich aan kon houden!



